Europese hersenkronkels

Europa stelt dat Vlaanderen de investering van de Oosterweelbrug in één keer moet opnemen in zijn begroting. Als we een toepassing zoeken voor het begrip “kamikaze” komt dit verzoek zeker in aanmerking.

Minister President Bourgeois heeft gelijk als hij in verzet gaat tegen de vraag van Europa om de investeringen van het Oosterweelproject volledig bij aanvang op te nemen in haar begroting.

Op zich kan het er niet toe doen hoe de Vlaamse regering het project financiert. Rechtstreeks of via een PPS. Het enige wat ze moet doen is en wat logisch zou zijn is dat ze de afschrijvingen  op de investering, binnen de afgesproken looptijd, jaarlijks opneemt in haar begroting.

Want stel u voor dat de logica van Eurostat doorgetrokken zou worden naar het bedrijfsleven. Dat zou niet meer of minder het bankkroet van onze (Europese) economie betekenen. Het zou het niet alleen onmogelijk maken voor bedrijven om nog te investeren, ook de overheid zou een zware tol betalen gezien ze amper nog fiscale ontvangsten zou boeken.

Een voorbeeld. Stel dat een bedrijf een investering wil doen van 1 miljoen euro in een bedrijfsgebouw. Het is logisch dat een bedrijf deze kost (investering + rentelast) wil inbrengen in haar balans. Vanuit de fiscale wetgeving kan men bv een gebouw niet korter afschrijven dan 20 jaar.

Laat ons daar nu de Eurostat logica op toepassen. Concreet zou dat betekenen dat het bedrijf het jaar na de investering 1 miljoen moet afschrijven wat per bijna automatisch zou betekenen dat het zwaar in het rood gaat en (los van de boekhoudkundige gevolgen van eigen vermogenspositie ea) geen belastingen zou moeten betalen. De gevolgen voor de schatkist laten zich raden… het zou een enorm gat slaan in de fiscale ontvangsten.

Sterker gesteld. Als deze logica van toepassing zou worden op alle bedrijfsinvesteringen zou de overheid jarenlang geen eurocent belastingen meer ontvangen van de bedrijven. Om het dan nog niet te hebben over de financieringsproblematiek die zou ontstaan t.o.v. de banken. Want zo’n regeling zou tot gevolg hebben dat enkel nog bedrijven met een zeer groot eigen vermogen in staat zouden zijn een banklening te verkrijgen. En laat dat nu juist de achillespees zijn van onze bedrijven, nl. het eigen vermogen.

Het is dan ook logisch dat Minister President Bourgeois deze maatregel betwist. Niet alleen omdat ze totaal onrealistisch is maar ook indruist tegen alle economische wetmatigheden.

De Nul en Ledoux

Er is de laatste dagen nogal wat beroering ontstaan over de toespraak van Jan De Nul van vorige donderdag en het opiniestuk van Celia Ledoux, maandag in De Morgen. Beiden sloegen ze, elk vanuit hun eigen perspectief, de nagel op de kop. En we kregen er nog een sausje 'armoede' bovenop, via een schokkende Panaroma-reportage.

Ze tonen vlijmscherp aan dat het een verhaal is met twee kanten: enerzijds de zich machteloos voelende ondernemer die steeds harder moet knokken om zijn positie op de (internationale) markt te behouden en anderzijds een getuigenis van iemand die met schimmel tussen de tenen het maatschappelijk toch heeft gehaald maar haar verleden blijft meeslepen. Als ondernemer kan ik in grote lijnen de frustraties van De Nul onderschrijven.

Binnenkort open ik een nieuwe winkel en onze grootste nachtmerrie is niet de investering van circa 1,5 miljoen euro, maar hoe we de twintig vacatures gaan invullen. Ik zal u de verhalen besparen van eindeloze sollicitatierondes van mensen die we kansen willen bieden maar die niet bereid zijn op zaterdag of zondag te werken. En we betalen echt wel mee dan 600 euro per maand... Ondanks de bijna 1,4 miljoen werkzoekenden in dit land, blijven werkgevers problemen hebben om 50.000 vacatures ingevuld te krijgen. Kan iemand mij uitleggen hoe dat komt?

Anderzijds kan ik mij voorstellen hoe frustrerend het moet zijn als je graag wil werken en toch maar niet de juiste match vindt. Om geld te verdienen, om je waardig te voelen, om je uit te leven, iets om handen te hebben, iets te doen wat je graag doet, om je gezin te onderhouden, om leuke dingen te doen.

Maar de kern van beide betogen is: ons systeem faalt collectief en op veel vlakken. Niet alleen in stimuli voor ondernemerschap maar ook op vlak van het faciliteren van werknemers. Moeiteloos wordt 700 miljoen euro per jaar uitgetrokken voor subsidies van windmolens die niet alleen tot een overproductie leiden maar de consument opzadelen met hoge (distributie)kosten.

Is het de schuld van de burger of van de reguliere ondernemer dat grote multinationals geen belastingen betalen? Politici spreken er met volle verontwaardiging over, maar zijn zij niet de enigen die het kunnen oplossen? In Brussel, Hasselt en Bergen worden amper controles uitgevoerd... is dat de schuld van de reguliere ondernemer/werknemer dat er daardoor miljarden belastinginkomsten ontglippen aan de staatskas? Ik denk het niet.

Stel u voor dat we dat geld reserveren om (jonge) ondernemers te stimuleren via lastenverlagingen en dat de andere helft geïnvesteerd wordt in een goed openbaar vervoer - zodat mensen vlot en zonder urenlang tijdverlies naar hun werk kunnen, een goede kinderopvang - zodat mensen hun kinderen niet in het holst van de nacht ergens hoeven te droppen, en een realistische belasting op arbeid - zodat mensen opnieuw kunnen consumeren.

Tot slot zal het u verbazen, maar ook als ondernemer word ik geconfronteerd met armoede. Talrijke keren zie ik mensen van allerlei origine verschijnen die dolgraag aan de slag willen, maar wat kan ik in godsnaam aanvangen met iemand die mij niet begrijpt. Letterlijk en figuurlijk. Ongetwijfeld sluiten we beiden steeds het gesprek af met een gevoel van machteloosheid.

Moeten de pleitbezorgers van grenzeloze immigratie niet eens in de achteruitkijkspiegel kijken wat ze aangericht hebben de afgelopen decennia? Ik aarzel om het te schrijven, maar hebben we het grootste deel van de huidige armoede niet geïmporteerd door mensen hier een paspoort te geven en ze voor de rest ergens te dumpen en te hopen dat ze zich goed verstoppen? Toch zullen we elkaar moeten vinden. Zullen we samen oplossingen moeten vinden voor de uitdagingen die op ons pad komen. In een goede balans en in alle redelijkheid.

Rudi De Kerpel, ondernemer

Gepubliceerd op 26 juni 2013 in De Morgen

Verdediger van de volgende generatie

Het valt mij op dat Paul De Grauwe steeds in zijn zelfde discours blijft vervallen met modellen die gebaseerd zijn op ervaringen uit het verleden. Zouden we van academici juist geen uitdagende, verfrissende en vernieuwende oplossingen mogen verwachten?

Ik wil op een "eenvoudige" manier uitleggen dat je wel kan vasthouden aan de begrotingsnorm en dat zoiets een positief effect kan hebben op de economie. Mijn model is gebaseerd op mijn ervaring als ondernemer: door een aantal jaren mijn broeksriem aan te spannen en al mijn spaargeld te investeren, ben ik fiere eigenaar van 3 tuincentra met 45 gelukkige werknemers.

Dat is ook wat de overheid moet doen. Niet alleen om straks de pensioenen te betalen, maar omdat de schuldenberg die we onze kinderen gaan nalaten nu al onbetaalbaar geworden is en je geen welvaart kan bouwen op een economisch kerkhof. 

Om te beginnen negeert Prof. De Grauwe dat besparen ook investeren kan zijn. En dat die investeringen aardig wat terugverdieneffecten kunnen hebben. 

Een voorbeeld: een werkloze kost jaarlijks 25.000 euro aan de overheid. Als de regering morgen het equivalent van 100.000 uitkeringen mocht inzetten op een lastenverlaging (2,5 miljard) zou dat een enorme boost geven aan de tewerkstelling. Dan zouden morgen Ford, Caterpillar, e.a. hier sites extra openen in plaats van er te sluiten.

Het effect zal niet alleen spectaculair zijn voor de tewerkstelling maar ook voor de consumentenbestedingen. Want mensen met werk zijn niet alleen gelukkiger, ze gaan ook consumeren en dat brengt flink wat extra’s op voor de BTW-ontvangsten.

 

Maar toch verkiezen onze politici blijkbaar machteloos te blijven toekijken hoe het huis aan het afbranden is in plaats van hun handen uit de mouwen te steken... De broeksriem aanhalen voor de regering zou kunnen betekenen: minder overheid en minder overheidspersoneel. En dan bedoel ik niet leraars en verpleegsters, maar de duizenden ambtenaren die we op overschot hebben. Het is toch stuitend te horen dat we “straks” de ambtenaren niet gaan vervangen die op pensioen gaan. Dan vraag ik mij af: wat hebben die daar de hele tijd zitten doen? En hoeveel zijn er nog op overschot die niet met pensioen zijn? 

Het zou de ambitie/plicht moeten zijn van de overheid om performant en efficiënt de burger ten dienste te zijn. Ik begrijp nog altijd niet waarom een burger via een ziekenkas of vakbond moet passeren om zijn terugbetaling te krijgen. De overheid betaalt maandelijks het pensioen van honderdduizenden mensen, waarom kan dat dan niet voor een ziektekosten- of werkloosheidsuitkering? En wat gebeurt er dan met die overbodige ambtenaren? Die hoeven niets te vrezen want bij een boomende economie vinden die beslist een plaats in het reguliere arbeidscircuit. 

Ik blijf het gebrek aan creativiteit betreuren bij het vinden van oplossingen voor begrotingstekorten. Men praat altijd over risico’s en nooit over kansen. Men veegt de realiteit te gemakkelijk onder de mat en de rekening stuurt men door naar de volgende generatie.

Tot slot blijft het mij verbazen dat je in dit land voor het verleggen van een tegel een vergunning nodig hebt maar dat je probleemloos minister kan worden zonder diploma. Een juiste lobby volstaat om belangrijke departementen te runnen. Het is zoals een bekende volksvertegenwoordiger zei: “Je krijgt pas een departement als men zeker is dat je er niets van kent”.

Dus ook daar is er werk aan de winkel: laat ons gaan voor mensen die met kennis van zaken en ervaring de problemen kunnen/durven aanpakken. Wat wil zeggen: hervorm het volledige politieke systeem waarbij de stem van de burger opnieuw gaat tellen en politici minimaal een test van bekwaamheid ondergaan. Het zou ons al een heel eind op de goede weg brengen….

Rudi De Kerpel. 
Ondernemer.

Turbo-maatregelen voor KMO's

Regeringsleiders en overheden hebben altijd een boon gehad voor het aantrekken van grote ondernemingen en multinationals. Begrijpelijk, gezien het om grote investeringen en hoge tewerkstellingen gaat.Het zijn altijd mooie referenties tijdens een verkiezingscampagne. Maar de realiteit vandaag toont ook haar schaduwkant. Er is niet alleen Ford Genk. Daarvoor waren er ook Opel en Renault. Tussen al dat groot geweld wordt een belangrijke ondernemersgroep vergeten: de KMO's en kleine bedrijven. Ze zijn vaak een stabiele werkgever, correcte belastingbetaler (want ze hebben geen geld voor fiscale spitstechnologie) en zorgen voor een stabiele tewerkstelling.

Daarom moet de overheid NU investeren in het KMO-weefsel dat Vlaanderen rijk is. En dat kan mits een aantal eenvoudige maatregelen die op zich weinig hoeven te kosten. Hierbij geef ik een aantal mogelijkheden: creëer een taxshelter voor bedrijven,  centraliseer het vergunningsbeleid, beloon innovatie en ontwikkeling (Tesla) en moderniseer de arbeidswet aan huidige behoeften.

De spaarrekeningen van de Belgen barsten van het geld. Miljarden euro's staan op bijna renteloze leningen en dat terwijl het bedrijfsleven snakt naar financiën om te groeien. Waarom geen taxshelter voor KMO's? Het gaf de Vlaamse filmindustrie vleugels want nooit werden zoveel lokale producties gedraaid. Heel wat Vlaamse KMO's lopen over van ambitie, vaak met sterke concepten en moedige ondernemers. Hun grootste probleem is die groei te financieren. Geld krijgen bij banken wordt met de dag moeilijker, zelfs voor gezonde bedrijven. Waarom de spaarder niet aanzetten om te investeren in Vlaamse bedrijven? Je zou hen kunnen aanmoedigen door bijvoorbeeld de roerende voorheffing tot een bepaald bedrag te laten wegvallen of, waarom niet, een fiscale aftrek te geven op hun personenbelasting. Iedere euro die op die manier geïnvesteerd wordt, komt dubbel terug. Bedrijven gaan gebouwen zetten, machines aankopen, mensen tewerkstellen, groeien, winst maken met als logisch gevolg: meer belastingen en meer tewerkstelling, niet alleen bij hen maar ook bij hun toeleveranciers. En de spaarder: die krijgt eindelijk een eerlijke rentevergoeding. De overheid zou hierin mediator kunnen zijn: ze zou de investeringsdossiers kunnen quoteren met een risicograad zodat de spaarder weet waaraan hij begint en cowboys uit het speelveld worden gehouden.

Niet alleen persoonlijk ondervind ik dagdagelijks de "vergunningsproblematiek" waarmee ondernemers geconfronteerd worden. Ik hoor het vaak bij bijeenkomsten: ik wil investeren maar ik wacht al 2 jaar op één of andere bouw-, milieu- of andere soort vergunning. Vlaanderen heeft altijd de ambitie gehad een performante regio te willen zijn. Wel, het wordt tijd voor daden. Er wordt al jaren gesproken over het eenheidsloket waar je centraal alle vergunningen kunt bekomen. De overheid moet ten dienste staan van de ondernemers (en burgers) en niet omgekeerd. Een administratie zou inspanningen moeten doen om snel en efficiënt de situatie kenbaar te maken en voor de nodige vergunningen te zorgen. Een beetje met de mentaliteit van de Nederlandse belastingdiensten "Makkelijker kunnen we het niet maken".

Innovatie is de tewerkstelling voor morgen. Vlaanderen moet daar ambitieuzer in zijn. De succesvolle producten van 2020 moeten vandaag nog uitgevonden en ontwikkeld worden. Waar is onze Silicon Valley? 15 jaar geleden was er geen sprake van windmolens. Vandaag werken er in Duitsland en Denemarken meer dan 100.000 mensen in deze industrie! Waarom hebben we die boot gemist? Zelfs in de auto-industrie zijn nog mogelijkheden: in een kleine loods in Luik wordt hard gesleuteld aan de wedergeboorte van een Belgisch auto-icoon. De nieuwe Imperia wordt een hybride met retrolook; kostprijs 95.000 euro en een wachtlijst met 300 kopers. Het is dus vooral een kwestie van ambitie en doen.

Tot slot is er de arbeidswetgeving. Die is niet alleen complex maar ook volledig voorbijgestreefd. Er moeten meer mogelijkheden komen tot flexibel werken, overuren, aanpak ziekteverzuim,  sollicitatieplicht (ondanks de hoge werkloosheidscijfers is het nog altijd moeilijk om mensen te motiveren om te werken), thuiswerken, enzovoort. Wie een modern bedrijfsleven wil, moet maken dat de omstandigheden aan de tijd zijn aangepast.

We mogen het hoofd niet laten hangen, ondanks de zware opdoffer in Genk en waarschijnlijk nog anderen die gaan volgen. Het is zoals mijn mentor altijd zegt: "Vrijheid is een van de mooiste kwaliteiten in het (bedrijfs)leven. Je hoeft alleen maar je eigen beperkingen los te laten". 

Rudi De Kerpel.

Ondernemer.

Telraam

“Het is € 7,50 mijnheer.” Ik geef een briefje van € 10 waarop de jongedame haar rekenmachine bovenhaalt en zegt: “Dat is dan € 2,5 euro”. Met verstomming geslagen vraag ik haar: “Heb je daar echt een rekenmachine voor nodig?” Waarop ze laconiek antwoordt: “Mijnheer, ik wil zeker zijn want mijn kassa moet kloppen vanavond.” Ik keek nog even of er soms een verborgen camera hing maar het was harde realiteit; aan de Zuid in Gent, september 2012!

 

Het is niet de eerste keer dat het mij overkomt. We hebben in het bedrijf altijd stagiaires die we steeds een volwaardige en actieve rol geven  - onder strikte begeleiding weliswaar. Het ergste wat we daar ooit zagen was een studente secretariaat-talen die een postzegel in het midden (!) van een envelop kleefde.

 

Uiteraard kan je deze voorvallen niet veralgemenen, maar het valt mij toch steeds meer op dan jongeren na jaren van schoolgaan niet beschikken over een elementaire basiskennis die noodzakelijk is om een stap naar het bedrijfsleven te zetten, laat staan over een basisattitude. We mogen terecht fier zijn op het basisonderwijs in ons land dat in wezen kosteloos wordt verstrekt en tot de beste van de wereld schijnt te behoren. Maar zijn we nog voldoende kritisch naar de output?


Goed (basis)onderwijs is een fundamentele pijler voor de welvaart van zowel individu als samenleving. Zonder ben je kansloos en verval je in de marginaliteit. Het onderwijs heeft de afgelopen jaren verschillende hervormingen doorgemaakt. Worden die voldoende geëvalueerd? Wordt er omgekeken of iedereen mee is? Het is geen optie noch uitdaging om naar beneden te nivelleren. Het moet net de ambitie zijn om iedereen hoger op de ladder te krijgen.

 

Opnieuw liggen hervormingsplannen klaar. Iedere minister wil blijkbaar in de annalen van de geschiedenis verschijnen, maar komt dat de leerling zelf wel ten goede? Wordt het geen tijd dat we eens samen (onderwijs & bedrijfsleven) nadenken over de behoeften en daar een masterplan rond samenstellen dat meerdere jaren dienst doen voor het beleid? Zo kan de minister zich bezighouden met het goed beheer en uitvoering van de plannen. Op zich ook al een verdienstelijke uitdaging dezer dagen als je ziet hoeveel containerklasjes er gebouwd moeten worden wegens “verrassend” veel nieuwkomers…

Wij zijn er in ieder geval toe bereid toe. 

Rudi De Kerpel, ondernemer.

Werknemers kunnen zich te gemakkelijk ziek melden.

Opiniestuk verschenen in Het Nieuwsblad van 10 januari 2012

Zonder verbazing las ik het bericht dat het aantal zieke werknemers vorig jaar spectaculair gestegen is. Dat heeft niets te maken met verslechterde werkomstandigheden, maar vooral met het gemak en de kosteloosheid waarmee men ziek kan zijn. Wie het handig speelt, kan perfect een maand thuis zitten op kosten van de werkgever, want bedienden en ambtenaren worden de eerste maand doorbetaald.

Werkgevers kunnen het massaal getuigen: men staat machteloos tegenover 'zieke' medewerkers. Menig huisdokter bevestigt mij 'we hebben geen andere keuze'. Als wij geen doktersbriefje geven, gaan ze naar een beginnende dokter die het zonder veel weerstand geeft.

Wil dat zeggen dat mensen niet ziek mogen zijn? Natuurlijk wel. Maar kan iemand mij de logica uitleggen waarom iemand die niet naar zijn werk kan komen wel 'het huis mag verlaten'? Ik ben in mijn 20-jarige carrière herhaaldelijk medewerkers tegengekomen in de stad terwijl ze 'wettelijk' ziek waren. Als werkgever sta je machteloos. Zou het niet interessant zijn om eens een inventaris te maken van de momenten waarop men ziek is? Ongetwijfeld zullen maandagen en vrijdagen zeer goed scoren, net als vakantieperiodes.

Het is uiteindelijk de belastingbetaler die de rekening gepresenteerd krijgt via de sociale zekerheid. Het is dus duidelijk: de hele wetgeving moet worden aangepast. Voer de carensdag in (eerste ziektedag betaald door werknemer) of zorg ervoor dat de werkgever strenger kan controleren. Ziek is ziek en men blijft thuis, met uitzondering om naar de apotheek of supermarkt te gaan. Vakbonden zullen natuurlijk steigeren bij strengere controles, maar als bedrijven zoals busfabrikant Van Hool naar Amerika uitwijken, heeft dit onder meer te maken met het arbeidsethos in ons land en de machteloosheid van de werkgever.

Rudi De Kerpel, bedrijfsleider.

Afschaffing doktersbriefje voor één dag: gevaarlijke piste

Opiniestuk in De Morgen 9/8

Rudi De Kerpel is ondernemer. Hij is gewezen lijsttrekker in Oost-Vlaanderen voor LDD

Op voorzet van professor huisartsengeneeskunde Jan De Maeseneer pleitten de CM voor de afschaffing van het doktersbriefje voor één dag (DM 5/8). Dat zou de werkdruk van huisartsen verlagen en een besparing opleveren voor de ziek­te­­verzekering. Werk­­­ge­vers­­organisatie VOKA schoot het voorstel niet bij voorbaat af.

Het pleidooi van de ziekenfondsen voor de afschaffing van het doktersbriefje voor één dag is een gevaarlijke piste. Als werkgeversorganisaties ingaan op deze discussie creëren ze niet alleen een gevaarlijk precedent voor hun onderhandelingspositie binnen het sociaal overleg, het is nefast voor het bedrijfsleven dat finaal – alweer – de rekening zal betalen. Als men wil besparen zijn er andere, meer effectieve maatregelen te bedenken.

Het is onbegrijpelijk dat het VBO zo snel en makkelijk overstag gaat op de suggestie van de mutualiteiten omtrent de afschaffing van het doktersbriefje voor één dag. Vooral omdat dergelijke thema’s thuishoren binnen het sociaal overleg die alle aspecten regelen aangaande tewerkstelling tussen werkgever en werknemer. Als men ingaat op éénzijdige en dubbelzinnige voorstellingen van partijen die er geen deel van uitmaken creëert men een gevaarlijk precedent! Wat als de fietsersbond morgen voor iedereen een gratis fiets gaat eisen als onderdeel van het loonpakket onder het mom van “gezondheid”?

Het werkelijke probleem bij het doktersbriefje van één dag ligt niet bij de werkgevers of de mutualiteiten maar bij de huisdokters zelfs. Daar ontbreekt de discipline – met uitzondering van enkelen – om nee te zeggen tegen patiënten die zich aandienen met drogredenen. Daar zit de kern van het probleem en dat los je niet op door het te verschuiven naar de werkgever, die machteloos staat! De enige oplossing is het sensibiliseren van de huisartsen ter zake. Wat het effect is op het bedrijfsleven, niet alleen de financiële kost, maar ook de impact op de organisatie en de verhoogde werkdruk bij andere collega’s!

Werkgevers kunnen getuigen dat ze vaak geconfronteerd worden met afwezigheden die gelegitimeerd worden door doktersattesten die eigenlijk geen basis van bestaan hebben en waar ze machteloos tegenover staan. Want wat is de waarde van een controlebezoek als het attest vermeldt: “mag het huis verlaten”!

En nu we het toch over kosten hebben… Wat is eigenlijk nog de toegevoegde waarde van de mutualiteiten heden ten dage? Toen mijn Nederlandse partner voor het eerst een doktersbriefje in zijn handen geduwd kreeg vroeg hij mij onbegrijpend: “wat moet ik hiermee”?! In onze buurlanden – en zeker met de huidige informatisering en de individuele SIS-kaart – kan de huisarts perfect rechtstreeks vergoed worden voor zijn prestaties zonder tussenkomst van derden. Jaarlijks betalen we 1 miljard euro aan mutualiteiten, enkel om brievenbus te spelen! Alvast de eerste besparingstip voor Elio & Co.

Video

Rudi in Ter Zake

Rudi op TV Oost

Debat op TV Oost