You are hereBlogs / rudi's blog / Hoe openbaar is de openbare omroep?
Hoe openbaar is de openbare omroep?

“De openbare omroep is zijn unieke positie verloren” stelt Marc Coenen, algemeen directeur strategie van de VRT. Tevens beklaagt hij er zich over dat er “weinig draagvlak is voor een sterke openbare omroep”. Een van de grote oorzaken daarvan is de partijdigheid van de publieke omroep en in het bijzonder van de actualiteitsprogramma’s. Door een regelmatig gebrek aan objectiviteit en professionaliteit van een groot deel van de redactie krijgt de omroep weinig steun van het Vlaams parlement, broodheer en vertegenwoordiger van het Vlaamse volk.
Het valt te illustreren aan de hand van 3 voorbeelden: de VRT nieuwsdiensten die pas na 24 uur berichten over de geheime nota van Gennez en enkel omwille het feit dat vtm hem uitbracht. Kris Hoflack (hoofdredacteur nieuwsdienst) die in Knack bekent dat hij Verhofstadts burgermanifesten tot de beste politieke boeken van de laatste decennia rekent. En tot slot: de overvloedige aanwezigheid van SP.a mandatarissen in diverse Radio 1 programma’s (de Ochtend & Vandaag). Zo kan je via de Radio 1 site ontdekken dat Bruno Tobback, John Crombez en Caroline Gennez de top 3 aanvoeren van de meest geïnterviewde politici buiten de actuele beleidsthema’s (waar het vanzelfsprekend is dat betrokken ministers woord en wederwoord krijgen).
Zo mocht John Crombez zich verzetten tegen Paul D’Hoore nadat hij zichzelf eerst in de kijker had gezet met een opiniestuk. Of mocht Hans Bonte de strijd voeren tegen het kredietbeleid op speelgoed van de Carrefour. En uitaard mag Bruno Tobback niet ontbreken bij iedere politieke verslaggeving over de activiteiten in de Kamer. Ook Rudi Kennis van het ABVV lijkt de enige vakbondsvertegenwoordiger te zijn van Opel in Antwerpen. Ook liberale coryfeeën worden opgevoerd. Met stip natuurlijk Karel De Gucht. Die mag zelfs over zijn nietszeggende trip naar Cuba verslag doen.
Wat John Crombez trouwens betreft: ook in de “Keien van de Wetstraat” & Phara kreeg hij als “nieuwkomer” een breed podium om zich aan Vlaanderen voor te stellen. Een voorrecht waar velen in andere partijen van dromen maar nooit de kans toe krijgen… Wanneer krijgen zegmaar Peter Reekmans, Filip Matteeuw of Hermes Sanctorum zo’n kans?
Via deze voorbeelden komen we naadloos tot de kern waarom er zo weinig politiek draagvlak is voor de openbare omroep. Er is een gebrek aan professionaliteit van een groot aantal (politieke) journalisten die hun persoonlijke voorkeur expliciet laten merken door de vorm van hun vraagstelling en/de keuze van de onderwerpen. Zo kan een asielzoeker geen voet verzetten of hij is een hoofdpunt in een journaal. Daarentegen komen bv ondernemersthema’s zelden of nooit aan bod, terwijl daar ook wel iets over te vertellen valt. Of het migratiedossier. Pas als Monica De Coninck of Patrick Janssens aan de noodrem trekken krijgt het probleem publieke aandacht op de openbare omroep.
Het grote verschil met bijvoorbeeld de Nederlandse publieke omroep is het feit dat journalisten daar openlijk uitkomen voor hun politieke voorkeur (zo weet iedereen dat Paul Witteman een socialist is) en zich daardoor veel neutraler én professioneler gedragen tegenover hun gasten. Wie ooit het verkiezingsdebat gezien heeft met Fortuyn en Melkert (PVDA) kan bevestigen dat hij kiest voor goede neutrale tv in de plaats van het beschermen van zijn politieke iconen. Een groot verschil met bijvoorbeeld Phara, die er niet voor uitkomt maar in haar interviewstijl duidelijk geniet als ze een “rechtse” kan pakken. En waar een Van Rossem de grootste onzin mag uitkramen zonder enige kritische vraagstelling. Zo kon hij ongehinderd declareren “dat al het spaargeld ingezet moest worden om 100.000 werklozen aan een job te helpen”. Op de vraag wat die moesten doen kwam geen antwoord en daarbij werd het hoofdstuk ook afgesloten.
Deze verwrongen situatie is het resultaat van het mediadecreet waarbij de Raad van Bestuur slechts een beperkte verantwoordelijkheid werd toebedeeld. Op die manier is de redactie en de verantwoordelijkheid ervan onder een college gevallen waarop niemand echt vat heeft. En bij de minste kritiek wordt er geschermd met de “onafhankelijkheid” van de journalist. De openbare omroep lijdt duidelijk aan een post-Buyle syndroom waardoor eigenlijk niemand nog vat heeft op de (journalistieke) objectiviteit van de omroep. Deze negatieve ontwikkeling straalt daardoor volledig af op het gehele bedrijf waarvan ook goed werkende diensten en afdelingen het slachtoffer worden.
Wil de openbare omroep terug draagvlak en goodwill opbouwen bij zijn hoofdaandeelhouder, het Vlaamse parlement, dan zal dat vooral moeten gebeuren door een grote neutraliteit in haar verslaggeving. De burger wordt door een groot deel van de VRT redactie gewantrouwd in zijn keuzevorming. Men denkt zijn stemgedrag te beïnvloeden door hem overvloedig te overgieten met hun eigen grote gelijk maar men heeft blijkbaar niet door dat het omgekeerd werkt.
Wil de VRT opnieuw het vertrouwen krijgen van de bevolking dan ligt de basis in goede objectieve en neutrale berichtgeving. Iets wat helaas schaars is op de openbare omroep.



.jpg)

