You are hereBlogs / rudi's blog / Ethiek en ondernemen

Ethiek en ondernemen


By rudi - Posted on 28 juni 2017

Het vraagt vele vaardigheden om in de 21ste eeuw werkgever te zijn…
 
Je hebt niet alleen af te rekenen met een bikkelharde concurrentie omdat markten transparanter en toegankelijker worden maar je moet tevens een antwoord weten te vinden voor de toekomst van je bedrijf in nieuwe technologische - vaak soms nog futuristische -toepassingen en blijven zoeken naar meerwaardecreatie voor je investeringen. 
 
En sinds kort komt daar bovenop nog “werkbaar werk” bij, met zware boetes als blijkt dat werkgevers “hun werknemers uitpersen als citroenen” om een 1-mei-citaat van een vakbondsman te citeren.
 
In de hele discussie valt het op dat alles geconcentreerd wordt rond de werkgever. Behalve een recente mededeling van het Ministerie van Volksgezondheid dat er een aantal objectieve parameters gesteld worden om een burn-out te definiëren, blijft er van de toepassing in de praktijk weinig te merken. De statistieken blijven pieken. 
 
 
Daarbij wordt – vooral door vakbonden – de zwarte piet maar al te graag naar de werkgever doorgeschoven. Over de eigen verantwoordelijkheden wordt amper gesproken. Een work/life-balance bestaat uit twee componenten, hierbij gaat men er te vaak van uit dat werken een soort noodzakelijk kwaad is. Combineer dat met een gul sociaal opvangnet, amper gecontroleerd op de toepassingsvoorwaarden, en je krijg een explosie van begunstigden. 
 
De aanhoudende media-aandacht rond dit thema geeft vaak de indruk dat je een slechte werknemer bent als je “niet op je tandvlees” zit. Als de kranten koppen dat 40 % van de nog niet-afgestuurde artsen tegen een burn-out aanloopt, dan moet je je toch afvragen: komt dat door de zware studies of het zware nachtleven. Voor die vraagstelling zal je wellicht nooit “De minuut” van Hautekiet op Radio 1 krijgen.
 
Er zijn ongetwijfeld een aantal gevallen waar de klacht volkomen terecht is en medewerkers, vaak door een combinatie van vluchten in het werk vanwege persoonlijke problemen tot een burn-out kunnen leiden. Of medewerkers die,  in een groter geheel,  gepest worden door een meerdere of zelfs door vakbondsafgevaardigden zoals recent bleek bij een grote retailer en er de brui aan geven. Dergelijke gevallen verdienen uiteraard onze volledige aandacht, begrip en ondersteuning.
 
Maar anderzijds mist de werkgever en bij uitbreiding de belastingbetaler, de mogelijkheden om misbruiken aan te pakken, laat staan aan te klagen. Je hebt geen enkel verweer tegen wat men de nieuwe “rugklachten” van de 21e eeuw noemt.
 
Werkgevers worden op alle terreinen gewezen op hun verantwoordelijkheden. De lezingen en vormingsavonden over “ethisch ondernemerschap”, “verantwoordelijk ondernemen”, “motiverend leiding geven” worden ons rond de oren geslagen. Werkgeversorganisaties zijn al jaren bezig met het sensibiliseren van hun leden-werkgevers rond ethiek en ondernemerschap. 
 
Mag ik eens vragen hoe dat zit bij de vakbonden? Zijn die ook bezig met hun “leden” te wijzen op ethisch werknemerschap en dat een samenwerking niet alleen bestaat uit het maximaal uitputten van de “rechten” maar ook een “plichtenkant” inhoudt. Dat het misbruik van een ziektestatuut eigenlijk niet alleen een financieel aspect heeft voor de werkgever maar ook de werkdruk verhoogt bij hun collega’s? 
 
En bij uitbreiding is ook de overheid partij in deze. Moeten zij niet zorgzamer omgaan met de werking van de Sociale Zekerheid? Moet zij er niet op toezien dat misbruiken aangepakt worden. Moet de rol van de huisarts in een aantal gevallen in vraag gesteld worden? Er worden al statistieken bijhouden van het voorschrijfgedrag van medicijnen maar misschien  moeten ze dat ook eens gaan doen voor de ziektebriefjes die een vrijgeleide zijn voor alle mogelijke misbruiken.
 
Samengevat: de verantwoordelijkheid van “Werkbaar Werk” kan je niet alleen bij de werkgever leggen. Het is en blijft een én én verhaal waarin iedereen zijn verantwoordelijkheid moet opnemen. 
 
Nu schuift men de zwarte piet iets te gemakkelijk door naar de partij die gewend is te zwijgen en te ondergaan en waardoor fundamentele oplossingen uitblijven.