You are hereVakbond, toegevoegde waarde voor KMO's?

Vakbond, toegevoegde waarde voor KMO's?


By rudi - Posted on 25 september 2003

[Toespraak gehouden voor Agoria Brussel, 23 september 2003]

Dames en Heren,

  • "Philips wil de komende jaren 12 vestigingen sluiten in Europa maar opende afgelopen tien jaar 6 fabrieken in Oost Europa met zevenduizend medewerkers ..."

  • General Motors, Samsung & General Electric concentreren hun Europese activiteiten in Boedapest ..."

  • De Post en de NMBS schrappen samen 10.000 banen... en dan weer niet...

Het zijn slechts enkele van de tientallen berichten die de laatste weken en maanden over ons heen kwamen... We worden er niet graag aan herinnerd, toch is het de realiteit. Bij velen neemt terecht de vrees toe dat Europa binnen 15 à 20 jaar niet alleen een vergrijsde samenleving zal zijn, maar ook een industrieloze...

In de 19de eeuw en dit tot aan de tweede wereldoorlog, waren de vakbonden de belangrijkste maatschappelijke bron van vernieuwing - hun rol is van essentieel belang geweest in het tot stand brengen van onze welvaart en welzijn. Sinds de golden sixties zijn vakbonden van progressieve motor echter omgevormd tot conservatieve belangenvereniging. De vakbond is meestal tegen iets, zelden voor iets. Ook niet als een verandering op korte termijn een verbetering op lange termijn kan betekenen.

Daarom heb ik recent ook campagne gevoerd tegen vakbonden in KMO- ondernemingen... Niet uit vrees voor controle of omdat dat er iets te verbergen valt, maar vooral om te voorkomen dat KMO-bedrijven, die momenteel zowat de enige groep zijn die nog in staat is het werk te behouden, gedemotiveerd zouden raken en de moed zouden omgeven om verder te doen, met alle gevolgen van dien. Eén van de grote verschillen tussen een KMO-bedrijfsleider en een manager i.o. dat die eerste met eigen kapitaal werkt en niet met dat van een vreemde, soms onbekende aandeelhouder. Dat is trouwens één van de redenen waarom een KMO-ondernemer dan ook veel dichter zijn medewerkers staat dan een anonieme manager op het 11e verdiep.

De KMO-ondernemer staat dichter omdat hij zijn medewerkers hard nodig heeft om zijn doelstellingen te realiseren. In tegenstelling tot bij KMO's, kan een vakbond inderdaad zinvoller zijn in grote ondernemingen, al is het maar om de wensen van de vloer naar het 11e verdiep te brengen, maar is overbodig en storend in de arbeidsrelatie tussen een KMO-ondernemer en zijn medewerkers.

Het is zeker niet zo dat werknemers van een KMO-bedrijf slechter zouden af zijn dan zij die werken in een groot bedrijf. Werknemers uit de KMO- bedrijven zijn - gelukkig - voldoende geïnformeerd via allerlei kanalen en hebben toegang tot rechtshulp en bijstand, o.a. via vakbonden. Het is dus misplaatst de insinuaties aan te houden als zouden KMO-medewerkers slechter behandeld worden. Het debat is dus zinloos, contraproductief en puur tijdverlies.

En daarmee wil ik tot de kern van mijn betoog komen. Als de vakbonden werkelijk geïnteresseerd zijn in de toekomst van de samenleving en vooral van de jeugd, zullen ze toch een aantal dogma's overboord moeten gooien en met een ruime open blik vooruitkijken.

En ik wil daar in één adem aan toevoegen dat het niet alleen de vakbonden zijn die dat moeten doen, maar ook onze beleidsmakers. Ook zij zullen in de toekomst iets meer blijk moeten geven van behoorlijk bestuur en dan vooral in hun daden !

Welke zijn dan uiteindelijk de uitdagingen waar de vakbonden voor staan?

  • Allereerst moet men het begrip "werken" opnieuw herwaarderen. Welvaart creëer je niet met slogans maar wel door hard te werken. Men ontwikkelt momenteel een dubbelzinnige perceptie : enerzijds smeekt men om meer banen maar anderzijds stelt men steeds meer onredelijke eisen aan degenen die voor banen zorgen. Men wil stilaan van ieder bedrijf een Disneyland maken, maar zoals iedereen weet: Disney is een sprookjespark en helaas, sprookjes bestaan niet in de bedrijfswereld.

  • Werken kan ook een bijdrage leveren aan persoonlijke ontplooiing, intellectuele verrijking, voldoening over wat men bereikt... We moeten met z'n allen de vrije tijdsmythe doorbreken. Er zijn vakbonden die 20 m² campagnes voeren waarin ze zich de vraag stellen "nog nooit zo druk gehad ?" maar anderzijds schreeuwen diezelfde affiches om "Ik wil een JOB".

  • Men kan vandaag een leefbaar en volwaardig inkomen verwerven door 37 uur van de 168 leefuren op weekbasis te werken. Dan rest nog minstens het dubbele om te genieten en met het gezin bezig te zijn. Het mag ook eens gezegd dat er gelukkig ook heel veel mensen die 37 uur werken met plezier tegemoet gaan.

  • Vakbonden moeten durven meer verantwoordelijkheid op te nemen t.o.v. hun leden en hun durven wijzen op hun plichten t.o.v. de werkgever. Te vaak volgen vakbonden blindelings de eisen en verlangens van hun leden uit angst deze te verliezen.

    Het is toch aan geen mens met gezond verstand uit te leggen dat men een fabriek volledig lam legt omdat men niet aanvaart dat de middagmaaltijd voortaan in 2 beurten moet gebeuren? Kan u zich voorstellen welk economisch verlies dit met zich meebrengt?

    Het grenst toch aan het onwaarschijnlijke dat men een distributiedepot van een grootwarenhuis dagenlang blokkeert omdat de directie twee medewerkers ontslaat wegens diefstal? En omdat de bewijsvoering een videoband was, en dus niet rechtsgeldig is, werd het bedrijf verplicht ze uiteindelijk opnieuw in dienst te nemen... Dient een vakbond dan om dieven te beschermen?

    Men zou trouwens voor minder cynisch worden over ons staatsapparaat als men weet dat Gaya er ondertussen wel in slaagt om videobeelden als aanvaarde bewijslast te gebruiken. Ondernemers zouden stelende werknemers op heterdaad en liefst met deurwaarder moeten kunnen betrappen alvorens ze op enige rechtszekerheid kunnen rekenen?! Begrijpen wie begrijpen kan!

  • Een vakbond die in de 21e eeuw wil overleven zal naar mijn gevoel modern maar vooral redelijk en eerlijk moeten zijn in zijn verhouding met de werkgever. Willen we hier werk, dus welvaart behouden, dan zal het solidariteitsbeginsel geen éénrichtingsverkeer mogen blijven: het moet van werkgever naar werknemer gaan maar ook omgekeerd en dit zowel in goede als slechte tijden.

    Voor de goede tijden zou er een flexibel en minimum belast dividend moeten beschikbaar zijn voor alle werknemers van een bedrijf. Veel ondernemers klagen terecht dat men graag wil delen met de werknemers maar dat daar amper iets van overblijft wil men het toepassen. Een bedrijf zou over de mogelijkheid moeten beschikken om bv. 5% van zijn winst, VRIJWILLIG, te verdelen over alle medewerkers die het resultaat hebben helpen realiseren. Het zal niet alleen stimulerend en motiverend zijn, het zal ook de koopkracht doen toenemen en zo automatisch de welvaart in stand houden.

    Maar er moet ook solidariteit zijn als het minder goed gaat. Vaak gaan bedrijven en dus vele werkplaatsen kapot omwille van het feit dat men geen bruggetje kan of wil maken naar een betere periode. Bedrijven in moeilijkheden saneren via het minderen van arbeidskrachten, dit mede omwille van de zware loonkost.

    Waarom geen systeem ontwikkelen dat een noodlijdend bedrijf de mogelijkheid biedt op tijdelijke basis de lonen te verlagen en dat gedurende een vooraf afgesproken periode maar met als cruciale voorwaarde: volledig behoud van tewerkstelling. Op zo'n manier kan een bedrijf een 2de adem vinden en opnieuw heropleven.

    Dit getuigt pas van solidariteit: het is kiezen tussen ik hou alles en de andere krijgt niets of samen wat minder om er straks allemaal beter van te worden... en dat zoiets mogelijk is, bewees het personeel van Cathay Pacific.

    Toen zij door de SARS epidemie afstevende op gigantische verliezen met zwaar jobverlies als gevolg, besloot het personeel (en dit op alle niveaus) 1 week per maand onbetaalde vakantie te nemen tot het tij keerde. Na 6 maand waren de bedrijfsfinanciën weer gezond en ging men verder zoals voorheen en dit zonder één enkele afdanking.


Het zijn slechts enkele van de vele ideeën, maar tijdsgebrek verplicht mij het hierbij te laten.

Tot slot, goede vrienden van de vakbond, ons lot is aan elkaar verbonden!

De uitdagingen die op ons afkomen zijn gigantisch: de verplaatsing van arbeid naar Oost-Europa en Azië brengt niet alleen een banenverlies maar ook een bijdrageverlies aan ons zekerheidsstelsel mee, de problematiek van de vergrijzing stijgt, de druk van de U.S.A. om nummer 1 te blijven ten koste van alles (desnoods met het terughalen van arbeid van Europa naar de V.S.) weegt zwaar door...

We moeten met elkaar in dialoog gaan, niet alleen over hoe samen-werken & samen-leven maar ook om het ondeugdelijk bestuur van onze overheid te analyseren. De vakbonden zouden het lef moeten hebben, ook al ontvangen ze jaarlijks vele miljarden dotaties, om de overheid te wijzen op hun plicht tot het uitbouwen van een efficiënt en flexibel overheidsapparaat. Men zou moeten aanvaarden dat het met minder kan en moet ! We zullen over een paar jaar alle beschikbare arbeidskrachten hard nodig hebben om het vele (ook sociale) werk gedaan te krijge...


Rudi De Kerpel.
23 september 2003 - toespraak voor Agoria Brussel



Nieuwe reactie inzenden

CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te testen indien u een menselijke bezoeker bent teneinde spam inzendingen te vermijden.
Image CAPTCHA
Kopieer de karakters (let op hoofd- en kleine letters) uit de afbeelding.

Video

Rudi in Ter Zake

Rudi op TV Oost

Debat op TV Oost