You are hereFamiliebedrijf
Familiebedrijf
Politiek begint zo stilaan op een familiebedrijf te lijken. U kent ze beslist: Freya Van den Bossche, Bruno Tobback, Hilde Vautmans, Hilde Claeys, Karen Temmerman, Filip Antheunis, Melchior Wathelet, Charles Michel… allemaal probleemloos en vanaf hun puberteit parlementslid, met dank aan papa of oom… Waar Mark Eyskens nog een uitzondering was lijkt het parlement nu een arbeidsbureau.
Deze evolutie is niet alleen onfair t.o.v. lokale mandatarissen (met ambitie), ze worden reeds achtergesteld omdat ze een verkeerde familienaam hebben. En eerlijk gezegd: op enkele uitzonderingen na is de kwaliteit ver te zoeken. Zo is bij mijn weten het belangrijkste wapenfeit van Bruno Tobback dat hij een vliegtuig heeft gecharterd om 12 ooievaars terug te vliegen naar Italië. Hallo?!
Het is natuurlijk allemaal mede mogelijk geworden met de wijziging van de kieswet en de invoering van de provinciale kieskringen. Het waren niet langer de arrondissementen die de lijsten samenstelden maar de partijvoorzitters. Daarbij ging niet alleen een stuk directe democratie verloren maar het maakt ook de zittende parlementsleden zwakker. Wie durft nog dwars te liggen als je weet dat je de volgende keer kan doorgeschoven worden naar een niet verkiesbare plaats? Slechts weinigen wegen voldoende zwaar om rechtstreeks verkozen te geraken, en het blijft toch wel een goed betaald baantje…
De verandering van de kieswet had maar één doel: de kleine partijen onmogelijk maken zodat men langer aan de macht kan blijven en de parlementsleden afhankelijker maken van de partij. Wat betekent dat men trouwer moet zijn aan de partijstandpunten dan aan de burger.
Het parlement heet officieel het “huis van volksvertegenwoordigers”. En dat moet het weer worden. Er zijn nu teveel advocaten (vandaar al die slechte wetten?) en leraars en te weinig van al de rest. Het parlement zou een brede waaier van alle geledingen van de samenleving moeten zijn. Kandidaten moeten gedragen zijn door een (lokale) gemeenschap of bevolkingsgroepen en niet enkel door syndicaten, ziekenfondsen of landbouworganisaties.
Mandaten zouden beperkt moeten worden in tijd. Maximaal 3 periodes van 4 jaar als parlementslid en 2 periodes van 4 jaar als Minister. Je krijgt dan het voordeel dat je verlost geraakt van figuren als Herman De Croo die menen dat het dak instort als ze stoppen met politiek.
En het heeft zo zijn voordelen: je krijgt regelmatig nieuw bloed met nieuwe visies. Het realiseren van aandachtspunten wordt dan belangrijker dan overleven en zo lang mogelijk op het postje blijven plakken. Je krijgt automatisch meer gedreven en ambitieuzer kandidaten… daar kan de burger alleen maar beter van worden.
Bijkomend voordeel is dat kandidaten sneller zullen opteren voor een langere aanlooptijd omdat ze weten dat het om een beperkt mandaat gaat. Dat betekent ook dat men zich intenser zal bezighouden met de problemen/kansen van de lokale basis, wat een beter inzicht in de maatschappelijke problemen oplevert.
Laat de grote behoeders van de democratie dus maar eens in eigen winkel beginnen… dat is ongetwijfeld de beste waarborg op een goed en gedragen bestuur.
Rudi De Kerpel.
Deze evolutie is niet alleen onfair t.o.v. lokale mandatarissen (met ambitie), ze worden reeds achtergesteld omdat ze een verkeerde familienaam hebben. En eerlijk gezegd: op enkele uitzonderingen na is de kwaliteit ver te zoeken. Zo is bij mijn weten het belangrijkste wapenfeit van Bruno Tobback dat hij een vliegtuig heeft gecharterd om 12 ooievaars terug te vliegen naar Italië. Hallo?!
Het is natuurlijk allemaal mede mogelijk geworden met de wijziging van de kieswet en de invoering van de provinciale kieskringen. Het waren niet langer de arrondissementen die de lijsten samenstelden maar de partijvoorzitters. Daarbij ging niet alleen een stuk directe democratie verloren maar het maakt ook de zittende parlementsleden zwakker. Wie durft nog dwars te liggen als je weet dat je de volgende keer kan doorgeschoven worden naar een niet verkiesbare plaats? Slechts weinigen wegen voldoende zwaar om rechtstreeks verkozen te geraken, en het blijft toch wel een goed betaald baantje…
De verandering van de kieswet had maar één doel: de kleine partijen onmogelijk maken zodat men langer aan de macht kan blijven en de parlementsleden afhankelijker maken van de partij. Wat betekent dat men trouwer moet zijn aan de partijstandpunten dan aan de burger.
Het parlement heet officieel het “huis van volksvertegenwoordigers”. En dat moet het weer worden. Er zijn nu teveel advocaten (vandaar al die slechte wetten?) en leraars en te weinig van al de rest. Het parlement zou een brede waaier van alle geledingen van de samenleving moeten zijn. Kandidaten moeten gedragen zijn door een (lokale) gemeenschap of bevolkingsgroepen en niet enkel door syndicaten, ziekenfondsen of landbouworganisaties.
Mandaten zouden beperkt moeten worden in tijd. Maximaal 3 periodes van 4 jaar als parlementslid en 2 periodes van 4 jaar als Minister. Je krijgt dan het voordeel dat je verlost geraakt van figuren als Herman De Croo die menen dat het dak instort als ze stoppen met politiek.
En het heeft zo zijn voordelen: je krijgt regelmatig nieuw bloed met nieuwe visies. Het realiseren van aandachtspunten wordt dan belangrijker dan overleven en zo lang mogelijk op het postje blijven plakken. Je krijgt automatisch meer gedreven en ambitieuzer kandidaten… daar kan de burger alleen maar beter van worden.
Bijkomend voordeel is dat kandidaten sneller zullen opteren voor een langere aanlooptijd omdat ze weten dat het om een beperkt mandaat gaat. Dat betekent ook dat men zich intenser zal bezighouden met de problemen/kansen van de lokale basis, wat een beter inzicht in de maatschappelijke problemen oplevert.
Laat de grote behoeders van de democratie dus maar eens in eigen winkel beginnen… dat is ongetwijfeld de beste waarborg op een goed en gedragen bestuur.
Rudi De Kerpel.
Labels



.jpg)


Nieuwe reactie inzenden