Telraam

“Het is € 7,50 mijnheer.” Ik geef een briefje van € 10 waarop de jongedame haar rekenmachine bovenhaalt en zegt: “Dat is dan € 2,5 euro”. Met verstomming geslagen vraag ik haar: “Heb je daar echt een rekenmachine voor nodig?” Waarop ze laconiek antwoordt: “Mijnheer, ik wil zeker zijn want mijn kassa moet kloppen vanavond.” Ik keek nog even of er soms een verborgen camera hing maar het was harde realiteit; aan de Zuid in Gent, september 2012!

 

Het is niet de eerste keer dat het mij overkomt. We hebben in het bedrijf altijd stagiaires die we steeds een volwaardige en actieve rol geven  - onder strikte begeleiding weliswaar. Het ergste wat we daar ooit zagen was een studente secretariaat-talen die een postzegel in het midden (!) van een envelop kleefde.

 

Uiteraard kan je deze voorvallen niet veralgemenen, maar het valt mij toch steeds meer op dan jongeren na jaren van schoolgaan niet beschikken over een elementaire basiskennis die noodzakelijk is om een stap naar het bedrijfsleven te zetten, laat staan over een basisattitude. We mogen terecht fier zijn op het basisonderwijs in ons land dat in wezen kosteloos wordt verstrekt en tot de beste van de wereld schijnt te behoren. Maar zijn we nog voldoende kritisch naar de output?


Goed (basis)onderwijs is een fundamentele pijler voor de welvaart van zowel individu als samenleving. Zonder ben je kansloos en verval je in de marginaliteit. Het onderwijs heeft de afgelopen jaren verschillende hervormingen doorgemaakt. Worden die voldoende geëvalueerd? Wordt er omgekeken of iedereen mee is? Het is geen optie noch uitdaging om naar beneden te nivelleren. Het moet net de ambitie zijn om iedereen hoger op de ladder te krijgen.

 

Opnieuw liggen hervormingsplannen klaar. Iedere minister wil blijkbaar in de annalen van de geschiedenis verschijnen, maar komt dat de leerling zelf wel ten goede? Wordt het geen tijd dat we eens samen (onderwijs & bedrijfsleven) nadenken over de behoeften en daar een masterplan rond samenstellen dat meerdere jaren dienst doen voor het beleid? Zo kan de minister zich bezighouden met het goed beheer en uitvoering van de plannen. Op zich ook al een verdienstelijke uitdaging dezer dagen als je ziet hoeveel containerklasjes er gebouwd moeten worden wegens “verrassend” veel nieuwkomers…

Wij zijn er in ieder geval toe bereid toe. 

Rudi De Kerpel, ondernemer.

Werknemers kunnen zich te gemakkelijk ziek melden.

Opiniestuk verschenen in Het Nieuwsblad van 10 januari 2012

Zonder verbazing las ik het bericht dat het aantal zieke werknemers vorig jaar spectaculair gestegen is. Dat heeft niets te maken met verslechterde werkomstandigheden, maar vooral met het gemak en de kosteloosheid waarmee men ziek kan zijn. Wie het handig speelt, kan perfect een maand thuis zitten op kosten van de werkgever, want bedienden en ambtenaren worden de eerste maand doorbetaald.

Werkgevers kunnen het massaal getuigen: men staat machteloos tegenover 'zieke' medewerkers. Menig huisdokter bevestigt mij 'we hebben geen andere keuze'. Als wij geen doktersbriefje geven, gaan ze naar een beginnende dokter die het zonder veel weerstand geeft.

Wil dat zeggen dat mensen niet ziek mogen zijn? Natuurlijk wel. Maar kan iemand mij de logica uitleggen waarom iemand die niet naar zijn werk kan komen wel 'het huis mag verlaten'? Ik ben in mijn 20-jarige carrière herhaaldelijk medewerkers tegengekomen in de stad terwijl ze 'wettelijk' ziek waren. Als werkgever sta je machteloos. Zou het niet interessant zijn om eens een inventaris te maken van de momenten waarop men ziek is? Ongetwijfeld zullen maandagen en vrijdagen zeer goed scoren, net als vakantieperiodes.

Het is uiteindelijk de belastingbetaler die de rekening gepresenteerd krijgt via de sociale zekerheid. Het is dus duidelijk: de hele wetgeving moet worden aangepast. Voer de carensdag in (eerste ziektedag betaald door werknemer) of zorg ervoor dat de werkgever strenger kan controleren. Ziek is ziek en men blijft thuis, met uitzondering om naar de apotheek of supermarkt te gaan. Vakbonden zullen natuurlijk steigeren bij strengere controles, maar als bedrijven zoals busfabrikant Van Hool naar Amerika uitwijken, heeft dit onder meer te maken met het arbeidsethos in ons land en de machteloosheid van de werkgever.

Rudi De Kerpel, bedrijfsleider.

Afschaffing doktersbriefje voor één dag: gevaarlijke piste

Opiniestuk in De Morgen 9/8

Rudi De Kerpel is ondernemer. Hij is gewezen lijsttrekker in Oost-Vlaanderen voor LDD

Op voorzet van professor huisartsengeneeskunde Jan De Maeseneer pleitten de CM voor de afschaffing van het doktersbriefje voor één dag (DM 5/8). Dat zou de werkdruk van huisartsen verlagen en een besparing opleveren voor de ziek­te­­verzekering. Werk­­­ge­vers­­organisatie VOKA schoot het voorstel niet bij voorbaat af.

Het pleidooi van de ziekenfondsen voor de afschaffing van het doktersbriefje voor één dag is een gevaarlijke piste. Als werkgeversorganisaties ingaan op deze discussie creëren ze niet alleen een gevaarlijk precedent voor hun onderhandelingspositie binnen het sociaal overleg, het is nefast voor het bedrijfsleven dat finaal – alweer – de rekening zal betalen. Als men wil besparen zijn er andere, meer effectieve maatregelen te bedenken.

Het is onbegrijpelijk dat het VBO zo snel en makkelijk overstag gaat op de suggestie van de mutualiteiten omtrent de afschaffing van het doktersbriefje voor één dag. Vooral omdat dergelijke thema’s thuishoren binnen het sociaal overleg die alle aspecten regelen aangaande tewerkstelling tussen werkgever en werknemer. Als men ingaat op éénzijdige en dubbelzinnige voorstellingen van partijen die er geen deel van uitmaken creëert men een gevaarlijk precedent! Wat als de fietsersbond morgen voor iedereen een gratis fiets gaat eisen als onderdeel van het loonpakket onder het mom van “gezondheid”?

Het werkelijke probleem bij het doktersbriefje van één dag ligt niet bij de werkgevers of de mutualiteiten maar bij de huisdokters zelfs. Daar ontbreekt de discipline – met uitzondering van enkelen – om nee te zeggen tegen patiënten die zich aandienen met drogredenen. Daar zit de kern van het probleem en dat los je niet op door het te verschuiven naar de werkgever, die machteloos staat! De enige oplossing is het sensibiliseren van de huisartsen ter zake. Wat het effect is op het bedrijfsleven, niet alleen de financiële kost, maar ook de impact op de organisatie en de verhoogde werkdruk bij andere collega’s!

Werkgevers kunnen getuigen dat ze vaak geconfronteerd worden met afwezigheden die gelegitimeerd worden door doktersattesten die eigenlijk geen basis van bestaan hebben en waar ze machteloos tegenover staan. Want wat is de waarde van een controlebezoek als het attest vermeldt: “mag het huis verlaten”!

En nu we het toch over kosten hebben… Wat is eigenlijk nog de toegevoegde waarde van de mutualiteiten heden ten dage? Toen mijn Nederlandse partner voor het eerst een doktersbriefje in zijn handen geduwd kreeg vroeg hij mij onbegrijpend: “wat moet ik hiermee”?! In onze buurlanden – en zeker met de huidige informatisering en de individuele SIS-kaart – kan de huisarts perfect rechtstreeks vergoed worden voor zijn prestaties zonder tussenkomst van derden. Jaarlijks betalen we 1 miljard euro aan mutualiteiten, enkel om brievenbus te spelen! Alvast de eerste besparingstip voor Elio & Co.

Bedankt, babyboomers!

"We gaan onze generatie toch niet de crisis doen betalen" riep Elio Di Rupo
enige tijd geleden nog luid door de wandelgangen van het parlement.

Maar helaas denkt niet alleen Di Rupo zo, ook de zogenoemde "middenveldorganisaties" nemen graag blindelings deze strijdkreten over onder de noemer “solidariteit”. Typisch daarbij is dat men zich opwerpt als de verdedigers van fel bestreden “rechten” maar over de bijhorende plichten zwijgt men zedig in alle talen. Blijkbaar zijn de komende generaties van geen tel.

Dat we een enorme economische en sociale vooruitgang gekend hebben de afgelopen decennia valt niet te ontkennen maar dat is geen exclusiviteit voor België. Kijk naar de Scandinavische landen waar een hoge sociale bescherming gekoppeld werd aan een zuinig en efficiënt overheidsbeheer. (maar helaas ook aan te hoge belastingen)

Iedere vorm van (noodzakelijke) verandering wordt aangegrepen om allerlei doemscenario’s in het leven te roepen met als belangrijkste doel: status quo. Meester in dit spel is ongetwijfeld Rudy De Leeuw maar ook de andere “zuilen” laten zich in zijn kielzog niet onbestemd. Het ACW doet het dan misschien subtieler maar daarom niet minder invloedrijk!

Maar wat is het resultaat voor de jongeren/volgende generatie van zoveel “middenveld”?! 350 miljard euro (staatsschuld). Een land dat onbestuurbaar is geworden. Waar 25 % van de kinderen moet opgroeien in een huis zonder sanitair. Waar immigratie enkel dient als stemvee om de macht te consolideren  zonder rekening te houden met de cultuuraspecten ervan enz, enz. enz..

Maar ook waar dit “middenveld” (vakbonden, mutualiteiten, boerenbond) over vele tientallen - lees het goed - tientallen miljarden beschikt in het buitenland en participaties in KBC, Dexia, Ethiek, e.a. Het enige wat je kan vaststellen is dat ze vooral voor zichzelf hebben gezorgd. Terecht kan men zich toch wel afvragen waar deze organisaties, met hun goed bemande studiediensten, afgelopen decennia gezeten hebben in hun rol als stakeholder?

Welk toekomstperspectief hebben ze verdedigd dat verder ging dan de looptijd van hun lidgeld? Naar de volgende generatie toe? Wat was hun inbreng in het staatsbeheer en waar waren vooral hun waarschuwingen? Waar zaten ze toen het geld door ramen en deuren werd gesmeten aan nutteloze scheepsliften of verlaten bruggen zonder aanvoerweg in één of andere polder? 

Iedereen weet al jaren dat de vergrijzinggolf zich zou aankondigen. Sedert de jaren ‘90 zijn boekenplanken vol geschreven over de nodige middelen (of het tekort eraan). Waarom hebben ze de overheid niet gedwongen om de uitgaven te temperen en reserves aan te leggen. Ook dat is/was een opdracht die ze aan hun achterban verplicht zijn/waren.


En laat het uitgerekend deze organisaties zijn die iedere gelegenheid te baat nemen om te blijven eisen dat men met (brug)pensioen kan op 55, een flinke verhoging willen van hun pensioen en waarschijnlijk straks vanaf hun 70e een privé - verpleger om hen thuis te verzorgen.

Het vreemde is dat het uitgerekend deze generatie is die meer dan ooit tijd en geld besteedt aan hun kleinkinderen. Zou het uit schaamte zijn voor de wereld die ze hen durft achterlaten?

300 miljoen worsten

Het is volop bbq-tijd. Zo ook voor opvangcentrum De Heide in Merelbeke waar 900 gasten en een 50-tal vrijwilligers aanwezig waren. Men had mij uitgenodigd omdat wij hen als bedrijf af en toe een steuntje in de rug geven.
Groot was mijn verbazing toen ik hoorde dat het niet zozeer om een gezellig samenzijn ging (wat het wel was) maar ook om bittere noodzaak. Want een deel van hun werkingsmiddelen moet het opvangcentrum putten uit dit soort activiteiten.

Ik werd van binnen bijzonder kwaad...
Ik had immers tijdens mijn zondagse fietstocht een uitgestelde uitzending beluisterd van Interne Keuken op Radio 1. Een journaliste van Knack gaf daar toelichting over een artikel over Total en een speciale ruling die ze gekregen hebben.

Het kost de schatkist jaarlijks 300 miljoen (!) euro,  300 miljoen belastingsontduiking omwille van het feit dat een toekomstig ex-minister graag bestuurder wil worden in één van de vele bedrijven van mijnheer Frère...

 

300 miljoen euro... Hoeveel worsten zou je daar moeten voor bakken?!

Democratie is recept voor verspilling

 

Door de volkswil loopt alles vast

Dat Francis Fukuyama in 1992 het einde van de (politieke) geschiedenis aankondigde is bekend. Letterlijk sprak hij van ‘de universalisering van de westerse liberale democratie als de uiteindelijke vorm van menselijk bestuur’. In het licht van de schuldencrisis die Europa en de VS teistert, was dat op zijn minst prematuur.

 

Die crisis is geen geïsoleerd fenomeen. Zij maakt deel uit van een waaier aan problemen waar democratische maatschappijen mee te kampen hebben: permanente inflatie, endemische werkloosheid, alomtegenwoordige bureaucratie, falend onderwijs, een verkokerde zorgsector, ondermaatse politie en justitie, criminaliteit, hufterigheid, sociale spanningen. Ondertussen staan politici machteloos. Ze zijn de gevangenen van verkalkte partijstructuren, belangengroepen en de waan van de dag.

De problemen worden onderkend, maar weinigen durven onder ogen te zien dat we te maken hebben met een systeemfalen. En de naam van het systeem is: democratie.

Democratie is in het Westen uitgegroeid tot een diepgeworteld geloof. Het staat voor alles wat goed en rechtvaardig is. Kritiek op dit ideaal is taboe. Dat maakt ons blind voor de structurele gebreken ervan.

Democratie lijkt een politiek neutraal stelsel. Iedere stroming kan in principe aan de macht komen. Maar die neutraliteit is misleidend. Kenmerk van democratie is dat over alle belangrijke zaken in de maatschappij ‘samen’ wordt beslist, door het volk. In de praktijk is dat de door het volk gekozen regering, die de Staat bestuurt.

Dat houdt in dat alle belangrijke beslissingslijnen via de Staat lopen. Dit collectivistische stelsel, aangestuurd door periodieke verkiezingen, bergt een aantal perverse prikkels in zich, die tot de huidige toestand hebben geleid.

Ik noem een aantal voorbeelden van typisch democratisch disfunctioneren.

— Kortetermijnpolitiek. Ex-minister van Sociale Zaken Aart Jan de Geus liet zich ooit ontvallen: ‘Leiders zouden moeten regeren alsof er geen verkiezingen meer kwamen, dan zouden ze op langere termijn denken.’ Maar zo werkt het niet in een democratie. Politici en ambtenaren besturen een land dat niet van hen is met middelen die niet door henzelf zijn opgebracht. Ze blijven aan de macht door kortetermijnbehoeften van het electoraat te bevredigen ten koste van langetermijnoverwegingen. Zie de structurele begrotingstekorten en staatsschulden.

— Potverteren. Democratie kun je vergelijken met een groep mensen die dineert in een restaurant en de rekening deelt. Daarbij wordt iedereen gestimuleerd om zijn lasten af te wentelen op de anderen en zijn lusten te genieten ten koste van de rest. Mensen stemmen op partijen die hun persoonlijke wensen (gratis schoolboeken, hogere bijstandsuitkeringen, subsidies voor kinderopvang) laten betalen door anderen. In het restaurant is er sociale controle, landelijk of Europees werkt dat niet.

— Interventionisme. Democratie heeft geleid tot een systeem van grootschalige manipulatie van het financiële stelsel. Banken mogen in gebroederlijke samenwerking met de monetaire autoriteiten grote hoeveelheden ongedekt papiergeld de economie in jagen. Dit systeem biedt politici de ongekende weelde van een geldkraan waar ze aan kunnen draaien naargelang de electorale wind waait. Tot het mis gaat en dan is het de schuld van ‘de vrije markt’. De Amerikaanse politicus en schrijver Benjamin Franklin schreef al in de 18de eeuw: ‘Wanneer het volk ontdekt dat ze al stemmend geld kunnen verdienen (‘that they can vote themselves money’), is het einde van de republiek nabij.’

— Subsidiecultuur. Een groot deel van de middelen die door productieve burgers wordt opgebracht, wordt in een democratie door de Staat ‘herverdeeld’. Dit heeft tot gevolg dat mensen en organisaties erop gespitst zijn om zich zo veel mogelijk van deze buit toe te eigenen. Het ongegeneerde parasitisme van onze culturele sector is welbekend, maar ook bedrijven en allerlei andere belangengroepen azen voortdurend op subsidies en privileges.

— Regelzucht. Alle lijnen lopen via de Staat, dus alle oplossingen moeten komen van de Staat. Die kan de problemen maar op één manier te lijf gaan: met regelgeving en bureaucratie. Die dijt dan ook voortdurend uit, ook al beloven politici altijd de regels terug te dringen.

— Centralisatie. Het democratische besluitvormingsproces leidt tot centrale sturing en ‘one-size-fits-all’-oplossingen. Den Haag vertelt wat iedereen voor onderwijs moet volgen, hoe de zorg moet worden georganiseerd, enzovoort. Het resultaat is voor iedereen onbevredigend. De enige ‘hervorming’ die ooit echt iets zal uithalen is dat de overheid zich niet meer bemoeit met onderwijs, zorg en andere ‘collectieve’ sectoren. We hebben toch ook geen ministerie van Voedingsdistributie dat het supermarktwezen regelt? Waarom dan wel voor onderwijs en zorg?

— Sociale spanningen. We moeten overal samen over beslissen, dus zijn we voortdurend bezig onze persoonlijke normen aan anderen op te leggen of worden we gedwongen de normen van anderen over te nemen. Ieder incidentje — van een relletje in Gouda tot ganstrekken in Limburg — wordt opgeblazen tot een maatschappelijk probleem, waar weer nieuwe regels voor moeten komen.

— Afhankelijkheidscultuur. In een democratie regelt de overheid de solidariteit. Die overheid heeft er belang bij dat mensen afhankelijk worden gemaakt van haar instellingen. Zelfredzaamheid en onderlinge hulpvaardigheid worden ondermijnd.

Veel mensen voelen aan dat het democratische stelsel vastloopt, maar ze zien niet zo gauw een redelijk alternatief. Dat komt doordat iedereen aanneemt dat democratie hetzelfde is als vrijheid. De enige andere keus is dan: dictatuur. Maar democratie is geen vrijheid. Het is een vorm van dictatuur — de dictatuur van de meerderheid. We vergeten dat de grote liberale denkers uit de 18de en 19de eeuw helemaal niet gecharmeerd waren van democratie. Zo was de Amerikaanse revolutie in 1776 een liberale revolutie, geen democratische.

De moderne democratie ontstond met de opkomst van het nationalisme in de 19de eeuw. Het heeft ons geleid naar machtige staten die worden geregeerd door politieke elites, bureaucraten en belangengroepen. In Europa wordt hier nog een laag aan regenten en lobbyisten bovenop gesmeerd. De elites proberen ons wijs te maken dat er geen andere redelijke keuze is dan dit systeem. Al het andere is fascisme of populisme.

Maar alternatieven zijn wel denkbaar. We kunnen ook streven naar decentralisatie. Naar kleine bestuurlijke eenheden, waarin mensen vrij zijn om te leven zoals zij willen, en alleen samen beslissen over zaken die hen echt samen aangaan, zoals de inrichting van de publieke ruimte. Die ministaatjes kunnen met elkaar samenwerken om zich te verdedigen tegen geweld van buitenaf en om handel te drijven. In zo’n wereld staat het mensen overigens vrij om in een socialistische of religieuze gemeenschap te leven, zolang ze maar niemand dwingen om hieraan mee te doen.

Een kleinschalige, vrije samenleving is geen samenleving waarin mensen lak hebben aan elkaar en alleen doen waar ze zin in hebben. Integendeel, vrijheid doet een beroep op mensen om samen te werken. Het zal mensen stimuleren om de eigenschappen te hervinden die we in onze democratie zijn kwijtgeraakt, maar die hard nodig zijn om een betere wereld te maken: zelfredzaamheid, verantwoordelijkheidsgevoel, spaarzin, zelfdiscipline, toewijding, saamhorigheid, hulpvaardigheid.

Utopisch? Misschien. Maar dat is democratie zelf ook ooit geweest. De wereld heeft vaker politieke omwentelingen meegemaakt. Er is geen reden om te denken dat we aan het einde van de geschiedenis zijn beland. Als straks ons monetaire stelsel in elkaar stort, en we kwijt zijn wat we aan vermogen dachten te hebben opgebouwd, zal de democratie zwaar onder druk komen te staan. Daarom moeten we nu een debat voeren over waar we straks naar toe moeten: naar meer Staat of meer vrijheid.

We hebben te maken met een systeemfalen - ‘One size fits all’-oplossingen zijn voor ieder onbevredigend.

Deze column verscheen eerder in het Financieel Dagblad - nl en wordt gepubliceerd met akkoord van de auteur Karel Beckman. Karel Beckman is publicist en journalist bij fd.nl.

Wie meer wil lezen kan zijn paperback aanschaffen via www.dedemocratievoorbij.nl

Kinderopvang: een nachtmerrie voor jonge koppels

Het bedrijfsleven heeft na een lange periode van stabilisatie zijn adem teruggevonden. Dat blijkt uit vele indicatoren waaronder de sterk stijgende tewerkstelling. In een aantal sectoren is er opnieuw een spanning vast te stellen tussen vraag en aanbod.

Al bij al een positief signaal en hoopgevend voor onze samenleving omdat op die manier nu eenmaal de middelen binnenkomen bij de overheid die nodig zijn om onze sociale verplichtingen t.o.v. zieken, gehandicapten, werklozen, gepensioneerden na te komen.

Ondanks deze tendens zijn er in dit land nog steeds meer dan 1 miljoen werklozen. Een groot deel daarvan zijn vrouwen met jonge kinderen die om praktische redenen niet kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Daar zijn verschillende redenen voor. Er is niet alleen de loonkloof tussen een uitkering en gaan werken, maar ook mobiliteit, juiste scholing of mentaliteit spelen een rol. Een professionele carrière uitbouwen is de dag van vandaag niet langer voorbehouden aan mannen. Ook vrouwen wensen steeds meer – en volkomen terecht – deel te nemen aan het arbeidsproces. Niet alleen omwille van de financiële kant van de zaak maar ook om op die manier een stuk zelfstandigheid te verwerven en ook voldoening te vinden in het ontwikkelen van hun talenten en mogelijkheden. Hun aanwezigheid verruimt in vele aspecten de bedrijfsvoering.

Maar werkende vrouwen worden soms ook (trotse) moeders. Het is een volkomen natuurlijke gang van zaken die de volle steun moet krijgen van de samenleving. Maar voor velen wordt de kinderwens/droom het begin van een nachtmerrie die “kinderopvang” heet. Het probleem sleept reeds jarenlang aan en krijgt maar geen degelijke oplossing. Ergo: het tekort aan goede opvang is zo schrijnend dat jonge koppels straks eerst opvang gaan zoeken alvorens aan de verwekking ervan te beginnen!

Dit probleem vraagt dan ook onze volle aandacht en vooral aanpak. Op dit moment is er een wirwar aan statuten en opvangmogelijkheden. Daarbij is de overheid een belangrijke gangmaker waarvan de intenties niet altijd duidelijk zijn. Ondanks het groot tekort aan goede opvang krijgen werklozen bv het recht op 2 dagen gratis opvang (om te solliciteren) terwijl werkende koppels de volle pot moeten betalen. Een onnodige belasting terwijl je toch zou kunnen verwachten dat werkloze vrouwen ook kunnen solliciteren terwijl de kinderen naar school zijn…

We staan met onze samenleving voor grote uitdagingen waaronder de vergrijzing. Het gaat dan niet alleen om de kosten ervan maar ook de invulling van de vrijgekomen vacatures. Willen we die ingevuld krijgen met o.a. meer vrouwen op de arbeidsmarkt dan zullen we moeten meedenken aan een oplossing voor dit probleem. Het mag niet langer “hun” probleem zijn maar ook onze uitdaging om hierin mee te denken.

Daarom vraag ik mij af waarom wij perfect goed onderwijs kunnen organiseren maar geen professionele en degelijke kinderopvang voor werkende mensen en dat binnen een ruimer tijdskader dan van 8.30 tot 17 u.? Er zijn genoeg mogelijkheden te bedenken om dit mogelijk te maken. Daarbij kan het bv voor laaggeschoolde (allochtone) vrouwen een instapdrempel zijn op de arbeidsmarkt. Locaties kunnen ontwikkeld worden rond bedrijvenparken en/of rond de huidige scholen. En opvang moet fiscaal beloond worden ipv gestraft! En waarom niet gratis, zoals onderwijs?

Als jonge mensen met een gerust gemoed, binnen een ruim tijdskader en op een betaalbare manier hun kinderen “in bewaring” kunnen geven zullen ze makkelijker beslissen om deel te nemen aan de arbeidsmarkt en enthousiaste en geëngageerde medewerkers worden. En dat is toch wat wij willen?!

Verschenen in VOKA magazine Ondernemers O-VL editie juni 2011